Vandaag nemen wij
afscheid van het dode lichaam van onze broer Gerard, of eigenlijk
moet ik zeggen Gerhard.
Want dat was zijn
doopnaam.
Een naam waar hij
weinig over sprak, maar waar hij wel trots op was.
Als enige kleinzoon
was hij vernoemd naar opa Jansen.
Gerard was het tweede
kind in het gezin.
Geboren in een
moeilijke tijd.
Een paar jaar na de
oorlog was de weelde nog niet zo groot.
Onze vader werkte hard
om voor het gezin en zijn inwonende schoonouders te kunnen zorgen.
Het feit dat onze moeder toen al veel gezondheidsproblemen had,
maakte het er niet makkelijker op.
Het gezin werd groter
en iedereen moest zijn steentje bijdragen.
Al vroeg hielpen wij
met een krantenwijk, volgens mij zijn wij begonnen met Het Centrum,
want dat was een katholieke krant.
Je had er niet altijd
zin in, maar het moest gewoon.
Het voordeel was wel
dat je in heel Utrecht de weg wist.
Na de lagere school
ging Gerard naar de ambachtschool.
Die zat toen nog aan
de Schoolstraat .
Familieomstandigheden
maakten dat hij daar op zijn 14e vanaf ging om als
timmermansknecht te gaan werken.
In die tijd hadden we
nog geen arbodienst en was er al helemaal geen sprake van veilige
arbeidsomstandigheden.
Gerard moest alle
rotklussen doen, zonder dat iemand op zijn veiligheid lette.
In de brandende zon
lieten ze hem een schutting in de carboleum zetten waardoor hij ’s
avonds met verbrande handen en een verbrand gezicht thuiskwam.
Het werken in de
stallen van een boer moest hij bekopen met koepokken en zo waren er
meer voorvallen die leidden tot een aanslag op zijn lichaam.
Dat destijds de kiem
gelegd werd van zijn latere lijdensweg, daarvan was men zich in de
jaren 60 niet bewust.
Gerard was heel blij
dat hij na een jaar of 6 de bouw vaarwel kon zeggen en als
buschauffeur aan het werk mocht.
Was het in zijn jonge
jaren dan enkel ellende? O nee.
Er werd ook wel
plezier gemaakt.
Gerard ging graag
dansen bij De Rijk aan de Nieuwe gracht, luisterde naar muziek van
The Cats en Percy Sledge en had nog een bijzondere muzikale voorkeur:
hij hield van operamuziek. Vooral Verdi.
Thuis werden ook
feestjes gegeven.
Dan gingen de tafel en
stoelen aan de kant en kon er gedanst worden.
Voor 1 van deze
feestjes wist Bert nog wel een leuk meisje voor Gerard.
Het was een
collegaatje van de afdeling archiefbeheer bij de BVG.
Zij heette Anneke.
Bert wist niet dat hij
de basis zou leggen voor een relatie die al meer dan 40 jaar duurt.
De eerste jaren van
hun huwelijk woonden zij met Harold in de Bataviastraat, later
verhuisden zij naar de Duivenkamp in Maarssen-Broek.
En het leven verging
zoals het met zo velen gaat.
Je hebt alle tijd en
energie nodig om je gezin en je carričre op poten te zetten en
draaiende te houden.
De relatie met broers
en zussen wordt losser, ieder heeft immers zijn eigen besognes en
voor je het weet ben je aan het afbouwen en weer met zijn tweeën.
Groot was de klap toen
Gerard ons zo’n anderhalf jaar geleden meldde dat hij ongeneeslijk
ziek was.
Wij hadden hem en
Anneke nog zo graag veel gelukkige jaren gegund, het heeft niet zo
mogen zijn. 14 maanden na het overlijden van onze vader nemen wij nu
afscheid van het lichaam van Gerard.
Afscheid van zijn
lichaam, niet van hemzelf.
In ons blijft Gerard
voortleven als onze oudste broer: een jongen met zorg en liefde voor
de mensen om zich heen, een kanjer waar wij altijd van blijven
houden.
Duizend tranen
vergoten,
Om je pijn, je verdriet.
Voor wat je achter liet.
Duizend tranen vergoten,
Om je onmacht.
Door je aflatende kracht.
Duizend tranen vergoten,
Voor de tijd die we nog kregen.
Straks scheiden onze wegen.
Duizend tranen vergoten,
Om het afscheid wat komen gaat.
Dankbaar omdat verder leed je werd bespaard.
Duizend tranen vergoten,
Geliefde, papa, opa, broer...uit het oog. Maar nooit uit ons
hart